|
Wat is een tenniselleboog? Een tennisarm wordt ook wel tenniselleboog of epicondylitis lateralis humeri genoemd. In de literatuur vinden we doorgaans de volgende omschrijving: Een tennisarm is een niet bacteriële peesontsteking in het gebied van de elleboog. De pees vindt zijn oorsprong aan het onderste, buitenste botuitsteeksel van de bovenarm. Het betreft een van de pezen aan de spieren die de hand in de richting van de handrug doet bewegen. Er kan een enkele of meerdere pezen aangedaan zijn, hoewel het ook kan voorkomen dat de gezamenlijke aanhechtingsplaats van de pezen van de onderarm ontstoken is geraakt. In principe kan iedereen een tenniselleboog krijgen. Hoewel er geen specifieke factoren zijn die een tennisarm in de hand werken zijn er wel activiteiten die een kans op een tennisarm doen vergroten. We moeten dan vooral denken aan werkzaamheden die aanspraak maken op de pols-, hand- en vingersterkers. (iets oppakken waarbij de handpalm naar beneden is gericht = bovenhands oppakken). Veelal herhaling van grote krachten en/of langdurige kleine krachten kunnen risico's met zich meebrengen. Een typisch voorbeeld van langdurige kleine belasting is de muisarm. Bij veelvuldig gebruik van de computermuis waarbij elleboogklachten ontstaan, zien we vrijwel altijd een onderarm met dezelfde afwijkende kenmerken als bij de tennisarm. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat het meestal mensen betreft met een leeftijd van tussen de 30 en 45 jaar. Symptomen van een tennisarm:
|
|
|
| Wat zijn de oorzaken?
Er zijn over het algemeen 2 oorzaken te onderscheiden: 1. Kortdurende grote belasting van de onderarmspieren (handstrekkers) 2. De klachten ontstaan niet van de een op de andere dag. Er gaan maanden aan vooraf van herhalingen van langdurige lichte overbelasting, waarbij ongemerkt schade optreedt in spier- en peesweefsel. Als gevolg van het veelvuldig gebruik van deze spieren treden er veranderingen in het spierweefsel op die de normale functie van de spier negatief beïnvloeden. Door de toegenomen spierspanning wordt de doorbloeding belemmerd en kan het spier- en peesweefsel niet volledig herstellen. Er kunnen onvoldoende bouwstoffen naar en afvalstoffen van het aangedane gebied worden verplaatst. Door de langdurige verandering van de stofwisseling in het ellebooggebied, past de weefselstructuur zich hier op aan, wat klachten oplevert bij het gewone gebruik van de arm. Het zoeken naar de oorzaak van deze langdurige overbelasting is aan te raden. De fysiotherapeut kan u helpen de oorzaak te zoeken, de voortdurende overbelasting te doorbreken, de stofwisseling in het ellebooggebied te normaliseren, u te begeleiden en het herstelproces bij te sturen. Voorts kan een instabiliteit van het ellebooggewricht de oorzaak zijn van overbelasting van pezen, aanhechtingen en spieren in het ellebooggebied. De fysiotherapeut kan bij het vermoeden van instabiliteit, hier onderzoek naar doen en u adviseren. Het beloop Normaal gesproken duurt het herstel van overbelastingsklachten drie á vier weken. Na zes tot acht weken zal er volledig herstel moeten hebben plaatsgevonden. Bij het herstelproces vormt zich bindweefsel op microscopische schaal. De elastische structuren in spier- en peesweefsel worden vervangen door stugger, niet flexibel weefsel. Door de verandering in opbouw van deze structuren reageert spieren iets anders dan gebruikelijk op de commando's die uw hersenen geven aan de spieren van de onderarmen voor het bewegen van de pols. De standen van de spieren, pezen en gewrichten, die de hersenen waarnemen kloppen niet meer met de standen die ze kennen. Het lichaam reageert hierop, door de spierspanning in de onderarmen te verhogen. Omdat de spierspanning toeneemt, ontstaan er bij te zware belasting voortdurend kleine scheurtjes in het pees- en spierweefsel, die voortdurend moeten herstellen. De aangedane arm is door dit continue herstellen steeds minder goed te belasten en de klachten spelen dan steeds sneller en heviger op. Actieve rust en het doen lichte rekkingen zijn dan van toepassing. |














